Opinie over hoogbegaafdheid


"Niets is meer ongelijk dan de gelijke behandeling van ongelijke mensen"

Thomas Jefferson


Een reactie op de verslaggeving over de oprichting van een onderzoekslijn hoogbegaafdheid aan de UHasselt.

Het nieuwe onderzoek naar hoogbegaafdheid aan de Universiteit Hasselt heeft veel media‐aandacht gekregen (De Morgen, De Standaard, Hautekiet, De Redactie, Het Belang van Limburg, etc.). Hoogbegaafdheid wordt o.a. geassocieerd met problemen op school, gepest worden, perfectionisme, faalangst, mislukken in hogere studies, burn out, sociale problemen, een slecht zelfbeeld, depressie en zelfdoding. Hoewel Dr. Tessa Kieboom terecht aanhaalt dat het merendeel van de hoogbegaafden wel succesvol is, schetst de sterke klemtoon op de problemen een te eenzijdig beeld van hoogbegaafdheid.

Om op een wetenschappelijke manier de risico's van een hoge intelligentie te onderzoeken, is het nodig een groep hoogbegaafde kinderen te identificeren op jonge leeftijd en te volgen doorheen hun leven. Ik heb zelf tijdens mijn doctoraat deelgenomen aan de 'Study of Mathematically Precocious Youth' (vert.: Studie van jongeren met een ontwikkelingsvoorsprong in wiskundig redeneren) aan Vanderbilt University (Peabody College, USA). Meer dan 2,500 kinderen die op 13‐jarige leeftijd tot de top 1% in wiskundige of verbale begaafdheid behoorden, werden 40 jaar lang gevolgd. Van de 80% die op 33‐jarige leeftijd de follow‐up vragenlijst invulde, behaalde 90% een bachelor's diploma, 38% een master's diploma, en 26% een doctoraat (vergeleken met 23% bachelor's, 7% master's en 1% doctoraten in de algemene bevolking). Van de kinderen die behoorden tot de top 1 in 10,000 in mathematische of verbale intelligentie, behaalden maar liefst 52% een doctoraat! De overgrote meerderheid komt terecht in intellectueel uitdagende beroepen (managers, wetenschappers, ingenieurs, medisch geneesheren, etc.) en rapporteert tevreden te zijn met zichzelf en zijn/haar carrière. De resultaten van dit onderzoek in de VS kunnen niet zonder meer gegeneraliseerd worden naar de Vlaamse context, dat klopt. Toch voegen deze resultaten een geïnformeerde nuance toe aan het debat.

Betekent dit dat we ons niet hoeven te bekommeren om intellectueel getalenteerde kinderen? Integendeel. Intellectueel talent speelt een belangrijke rol in het uitbouwen van een sterke kenniseconomie en onze toekomstige welvaart. Intellectueel getalenteerde kinderen hebben de potentie om belangrijke maatschappelijk bijdragen te leveren en door hen goed te begeleiden bouwen we aan een betere samenleving voor iedereen. Onderzoek toont aan dat educatieve versnelling en groeperen op basis van cognitieve capaciteiten effectieve interventies zijn om hun cognitief talent te ontwikkelen. Deze interventies zorgen voor intellectuele uitdaging en contact met mentale peers. Daardoor kunnen intellectueel getalenteerde kinderen sociale, emotionele, motivationele, en studievaardigheden ontwikkelen die nodig zijn in de uitbouw van een gelukkig en productief leven.

In het huidige debat is er veel nadruk op de problemen van hoogbegaafdheid. Kent u misschien iemand die sociaal goed functioneert, een fantastische carrière heeft en zich bovendien hoogbegaafd noemt? Toch kent u veel goed functionerende hoogbegaafden. Denk aan onze toppolitici, professoren aan universiteiten, topmanagers, gepubliceerde auteurs en journalisten, succesvolle kunstenaars etc. Helaas komen zij zelden aan het woord als het over hoogbegaafdheid gaat. Positieve rolmodellen kunnen intellectueel getalenteerde kinderen tonen hoe ze op een proactieve manier hun cognitieve talenten kunnen gebruiken om te compenseren voor hun eventuele tekortkomingen. Zo leren ze succesvol de uitdagingen van een hoge intelligentie aangaan.

Download deze opinie als pdf file:

Opinie Hoogbegaafdheid